Producties / Theatrografie
 

Orgy of Tolerance

creatie januari 2009

>> texts & lyrics

Jan Fabre daalt in Orgy of Tolerance af in het gat van de wereld. Als een speleoloog zakt hij dieper en dieper in de buik van het bestaan en onderzoekt wat daar rommelt en gist. Met zijn mond op de navel en wachtend op een echo tracht hij een idee te krijgen van de omvang van het gat. Wat blijkt: het gat van de wereld is peilloos diep. Een diepte met eindeloos veel nullen, zelfs met alle gigabytes onmeetbaar.
Het huidige laatkapitalisme met zijn opeenstapeling van nullen vormt het epicentrum van dit lege lichaam. Dat lichaam is ziek, doodziek. De etter loopt eruit, de buik loopt leeg van acute diarree, de huid is een landschap van builen en zweren. Het ligt aan een sonde en wordt kunstmatig beademd maar intussen blijft het zich volvreten, elke hap een nieuwe bacterie, elke slok een ander virus. Het laatkapitalisme  lijdt aan hongerziekte, het verkeert permanent in de extase van de boulimie en de anorexie, het drijft op een teveel en een tekort, het zwelgt tegelijkertijd aan en magert zich uit en in die paradox van het continu rekken en krimpen worden de spieren steeds slapper en het gat in de buik steeds groter.
Het voedsel van het laatkapitalisme, dat leert ons de huidige crisis, is de lening. Lenen gebeurt met geld met veel nullen. Die eindeloze getallen die daarbij over en weer worden geschoven hebben eigenlijk geen vorm, geen gewicht, geen geur. Ze zijn puur virtueel. Ze zijn een akte van geloof en vertrouwen, van de ene bank naar de andere, van de ene verzekering naar de andere en dat worldwide in een eindeloos netwerk dat de wereld omspant. We hebben lang gedacht dat het fundament van de bank de kluis was, volgestouwd met edele metalen. Vandaag weten we dat die kluis gevuld is met leningen, transacties op papier met waardeloze waarborgen omdat ze gebaseerd zijn op weer andere leningen en schuldsaldo-verzekeringen  in een eindeloze optelsom van nullen. De mond van de bank is de lening. Het gat van de bank is de leegte. Tussen mond en gat zit de consument en hij moet zoveel mogelijk spenderen, het liefst vele nullen tegelijk.
De orgie van de titel gaat over de extase van het consumeren. De status van de mens in deze liberale laat-kapitalistische samenleving is namelijk in de eerste plaats die van consument. Hij die, gewapend met het door de bank bezegelde vertrouwen van een betaalkaart, verbruikt. De consument moet het gat van de economie op peil houden door continu zijn rol van verbruiker zo overtuigend mogelijk na te komen. Onze economische voetafdruk houdt het systeem recht. Hoe meer we verbruiken, hoe groter die afdruk, en hoe rechter het systeem. Ons koopgedrag, zo laat Fabre in deze productie zien, is bijna driftmatig. We kopen eigenlijk geen producten we verbruiken ze vooral, als een verteringsmechanisme dat ons in zijn greep heeft, waarin productie, koopwaar en consumptie de darmkanalen zijn van een onophoudelijke schranspartij. We eten koopwaar, we schijten koopwaar, we baren koopwaar. Wie niet kan volgen in de ratrace van de economie wordt uitgesloten, uitgerangeerd, uitgekotst. Wie nog een beetje kredietwaardig is moet zijn waardigheid bewijzen door te investeren in steeds nieuwere koopwaar. Generaties zijn producten die elkaar aflossen. Ze zijn geboren om ons te verleiden. Hun cleevage glimlach moet ons doen vergeten dat ze bivakmutsen dragen. Ze vormen namelijk de belangrijkste terreurorganisatie van deze wereld.
 In Orgy of Tolerance wordt de mens opgevoerd als koopdier. Zijn overlevingsinstinct wordt beheerst dor het koopgedrag. In deze productie wordt in beeld gebracht wat Herbert Marcuse in de jaren zestig al aantoonde in zijn analyse van het kapitalisme, namelijk dat het zich als lustmechanisme in onze genen heeft genesteld. Heel de potentiële anarchie van onze drifthuishouding wordt gekanaliseerd naar het verbruik van goederen. Het lustprincipe wordt helemaal bezet door de consumptie van allerhande producten. De economie houdt ons vochtig en stijf door de hunkering naar een koopbaar verlangen waarin we met graagte klaarkomen. Yes, we come! We zijn vergroeid met de veelbelovende verpakkingen waarin we onze koopwaar naar huis tronen, tassen met lekkere opschriften als Vuitton, Yamamoto, Versace. Yes we come! We zijn vergroeid met de winkelkarretjes waarmee we onze koopwaar inslaan, behendig laverend van rek naar rek naar rek, naar het laatste rek. Yes, we come! We zijn vergroeid met de ons eigen gemaakte koopwaar waarmee we de dromen waarmaken van ons eigen hometheatre. Yes, we come!

Hometheatre

Ons eigen hometheatre beleven we het liefst vanuit onze sofa. De sofa is op zich een merkwaardige plek. We komen er graag in thuis, vleien er ons in neer en maken het ons behaaglijk voor een moment van intiem geluk. Tegelijk is het de plek van waaruit we de wereld waarnemen via televisie en andere media, van waaruit we de wereld samenzappen. De stilste, meest private omhulling is zo tegelijk de plek waar barbarij en geweld binnenkomen. Deze spreidstand van de sofa wordt volop uitgespeeld in de nieuwe productie. Op Fabres sofa's wordt er gerukt en gevingerd dat het een lieve lust is. De sofa wordt een soort verlengstuk van het libido, je kan er voluit op rijden, je tegenaan schurken, op of onder klaarkomen. De sofa wordt je intiemste deelgenoot van geheimen, hij ontvangt al je dromen en meest perfide fantasieën. Hij is de drager voor al je uitspattingen, uiteraard enkel virtueel beleefd in de donkerste uithoeken van je eigen hometheatre. Want op de sofa ben je veilig. Alleen en dus veilig. Wanneer alle gêne wegvalt kunnen we op de sofa ook geheel en al ongeremd onze xenofobe zelf zijn. De wereld die binnenkomt is immers vreemd en bedreigend, elke indringer is een potentiële aanslag op ons gekoesterd veiligheidsgevoel en ons geacclimatiseerd narcisme We houden van onze sofa en de rest van de wereld kan de pot op! Arabieren, Joden,  Serviërs, biseksuelen, katholieke priesters, zelfmoordenaars, hedendaagse kunstenaars, fashion designers, dansers en performers en in-één-ruk-door ook Jan Fabre: fuck you all.

Orgy of Tolerance laat de illusie van dat sofageluk zien. De sofa is namelijk zoals de kluis in de bank: leeg. Of zoals het kruis in de kerk: leeg. Of zoals de hemel: leeg. De figuren die hier de dienst uitmaken zijn fundamenteel eenzaam. Ze zijn overgeleverd aan zichzelf, vol van zichzelf, hun blikveld vernauwd tot een spleet, een hol of een dildo waaraan ze zich voor het momentum van een orgasme aan vastgezogen hebben. Hun welbehagen wordt afgemeten aan hun performantie. Hun lijven schudden, trillen, beuken. Het rukken en vingeren verwordt tot een olympische discipline. Ze zullen klaarkomen, ze moeten klaarkomen. Wanneer the Beatles-song Come together uit 1969 uit de boxen knalt  zijn we weer een illusie armer. De orgiasten van de tolerantie zijn niet meer dan pijnlijk eenzame rukkers op hun eigen kleine wereldtoneel.

Orgy of Tolerance laat het verval van de mensensoort zien, inclusief die van u en van mij. Vaak op groteske wijze wordt taferelen uit de dagelijkse consumptieslag op scène gezet, de oorlog en de terreur van de gilde van de verbruikers. Met soms surrealistische uithalen schildert Fabre een portret van de consumerende mens. Maar onder die heftige burleske schuilt een permanente dreiging, een gevoel van onrust en gevaar dat ook in de muziekscore van Dag Taeldeman perfect tot uiting komt. Het gaat om die samenhang van ontreddering en hallucinatie, het meegesleept worden door wat tegelijk afstotend en verleidelijk is. Dat is precies de kern van de perversie, het oog van het gat van de wereld. De productie laat de toeschouwer in een vaste baan daaromheen slingeren. Ze trapt op je eigen morele oordeel én betrapt je op je eigen perversies. Niemand gaat vrijuit. Niemand is rein. Op de sofa zijn we ten prooi aan ons eigen orgie van de tolerantie.
Jan Fabre geeft op eigen wijze lucht aan zijn gebrek aan begrip. Met muzikanten, dansers en acteurs schildert hij het panorama van de tolerantie als spotprent en schotschrift bij onze prille eenentwintigste eeuw. Het mes waarmee hij de orgie van tolerantie aansnijdt moet pijn doen en kietelen tegelijk. Bekendste voorganger in die vorm van folterkomiek is Monthy Python. Hun hilarisch absurdistische sketches strooien zout in onze wonden. Ze leggen de mechanismen van onze collectieve waan bloot en halen die met veel humor onderuit.

Orgy of Tolerance wordt een sketch in laagjes over onze genivelleerde maatschappij. Een absurdistische knipoog naar de wereld van het exces. Een speldenprik in de allesoverheersende ballon van de normaliteit. Een surrealistisch complot tegen een schaamteloze wereld. Het wordt een voor iedereen betaalbaar orgie. Of met een knipoog naar Brecht: Erst das ficken dann die Moral.

Yes we come!


(Luk Van den Dries)



concept, regie, choreografie, scenografie :
concept, direction, choreography, scenography :
concept, mise en scène, chorégraphie, scénographie :
Jan Fabre

teksten gecreëerd samen met de performers
texts created together with the performers
textes créés avec les performeurs

dramaturgie :
dramaturgy :
dramaturgie :
Miet Martens

created with:
Linda Adami, Christian Bakalov, Katarina Bistrovic-Darvas, Annabelle Chambon, Cédric Charron, Ivana Jozic, Goran Navojec, Antony Rizzi, Kasper Vandenberghe
extra cast Avignon 09: Sylvia Camarda, Giles Polet

perfomers from october 09 : Linda Adami, Christian Bakalov, Annabelle Chambon, Cédric Charron, Bert Huysentruyt, Ivana Jozic, Katrin Lohmann,
Kasper Vandenberghe, Kurt Vandendriessche



muziek, songtekst :
music, lyrics :
musique, paroles :
Dag Taeldeman

licht / lights / lumières: Jan Dekeyser, Jan Fabre
kostuum / costumes : Andrea Kränzlin, Jan Fabre
proteses / prosthesis / protèses : Denise Castermans

technische coördinatie / technical co-ordination / coordination technique: Harry Cole
geluidstechniek / sound technician / technicien son : Tom Buys
lichttechniek / light technician / technicien lumière: Anton Devilder

productieleiding / chargée de production / productionmanager: Sophie Vanden Broeck

stagiair kostuum / internship costumes / stagiaire costumes : Rachid Laachir
stagiair dramaturgie / internship dramaturgy / stagiaire dramaturgie : Witte van Hulzen
stagiair techniek / internship technique / stagiaire technique : Brecht Beuselinck

taalcoach / language coach / coach pour l'anglais : Tom Hannes


productie :
production:
Troubleyn/Jan Fabre (Antwerpen / Antwerp / Anvers, BE)


in coproductie met:
in co-production with:
en coproduction avec:
Festival Internacional de Teatro 'Santiago a Mil' (Santiago de Chile, CL)
Peak Performances @ Montclair State University (US)
Tanzhaus NRW (Düsseldorf, DE)
deSingel (Antwerpen, BE)
Théâtre de la Ville (Paris, FR)
Dubrovnik Festival (HR)