| |
De teksten van Jan Fabre worden gepubliceerd door vooraanstaande theateruitgevers in Europa - L'Arche (Frankrijk), Fischer Verlag (Duitsland), Costa & Nolan (Italië) en Meulenhoff/Manteau (België/Nederland). De gepubliceerde teksten zijn veelal geschreven met het oog op theaterproducties. Begin de jaren '70 schrijft Jan Fabre om zijn toen reeds heftige verbeeldingswereld vorm te geven. Het gaat om teksten die pas vele jaren later in de openbaarheid komen, wanneer ze door de auteur zelf worden geënsceneerd. Andere teksten ontstaan tijdens het repetitieproces, op basis van improvisaties met de acteurs. Soms gaat het om een combinatie van auteursteksten en improvisatieteksten. Een aantal van de teksten zijn monologen, vaak geschreven voor fetisjactrice Els Deceukelier. Maar ook de teksten voor meerdere personages vallen op door hun monologische karakter. Realistische dialogen zijn, net als uit het leven gegrepen anekdotes, nauwelijks te vinden in Jan Fabres theaterwerk. De teksten hebben eerder een conceptueel karakter, zijn poëtisch en geven vorm aan oeroude rituelen en thema's die de auteur fascineren, filosofische vragen die hem obsederen. Maar net zo goed vinden we er het geweld en het genot van het volle leven in terug, de uitbundige en soms donkere ervaring van schoonheid, erotiek en feest - elementen waarin Fabre de ene keer opgaat, om er zich dan weer uit terug te trekken. Jan Fabres literaire werk illustreert tegelijk ook zijn denken over theater: theater als een totaalkunstwerk waarin het woord een weloverwogen, functionele plaats krijgt naast parameters als dans, muziek, opera, performance-elementen en improvisatie. De soberheid waarmee Fabre het medium tekst hanteert, dwingt tot een vernieuwende manier van theater maken. Ook andere regisseurs die met deze teksten aan de slag gaan, kunnen er alles behalve conventioneel theater uit puren. De voorbije jaren werden de teksten van Jan Fabre trouwens regelmatig opgevoerd door andere gezelschappen.
(portret: © Malou Swinnen 2002)
|
|
|